Statuten vereniging Hart voor Stad

Artikel geplaatst op: 09 februari 2012

Statuten vereniging Hart voor Stad

Naam en Zetel.
Artikel 1.
1. De vereniging draagt de naam: “Hart voor Stad”.
Zij wordt in deze statuten verder aange­duid als “de ver­eni­ging”.
2. Zij heeft haar zetel te Zaanstad.

Oprichtingsdatum, verenigingsjaar.
Artikel 2.
De vereniging werd opgericht op 22 juni 2009 en wordt aangegaan voor onbe­paalde tijd. Het verenigingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december daaropvolgend.

Doel.
Artikel 3.
1. De vereniging heeft ten doel de belangen van de inwoners van de gemeente Zaanstad en andere belanghebbenden in de meest uitgebreide zin des woords te behartigen, alles in overeenstem­ming met de regels welke de Nederlandse Wet daarvoor stelt teneinde handhaving van het woon- en leefklimaat in positieve zin te bewerkstelligen, rekening houdend met de belangen van mens, dier, natuur en milieu.
2. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:
a.  zich op de hoogte te houden van alle ontwikkelingen binnen en buiten de gemeente welke van invloed (kunnen) zijn op de doelstellingen als genoemd in Art. 3:1
b. samen te werken met bestaande en nog op te richten organisaties die een vergelijkbare doelstelling hebben als genoemd onder art. 3:1
c. het vertegenwoordigen van haar leden en derden in daarvoor in aanmerking komende gevallen, in de vorm van zienswijzen, bezwaren, klachten en juridische procedures;
d. het trachten te bevorderen dat de besluitvorming omtrent eventuele toekomstplannen met inbegrip van verkeers(circulatie)plannen, wijziging mobiliteit, geluidshinder, bestemmingsplannen, bouw- en sloopprojecten met betrekking tot de gemeente Zaanstad, haar omgeving en omliggende (natuur)gebieden op evenwichtige en juiste wijze, met inachtneming van de voorschriften en procedures, al dan niet vastgelegd in formele wetten of in nationale of internationale regelgeving of richtlijn, plaatsvindt;
e. beschermen van de in de gemeente Zaanstad gelegen monumentwaardige, architectonische, archeologische, stedenbouwkundige en andere cultuurhistorische bouwwerken, objecten en landschappen, alsmede cultuurhistorische interieurs;
f. het verstrekken van adviezen en informatie aan haar leden en aan derden gevraagd of ongevraagd;
g. het op een door haar van geval tot geval te verkiezen wijze algemene bekendheid geven aan ontwikkelingen die zich met betrekking tot haar doelstellingen voordoen.
h. het werven van leden en financiële middelen om haar activiteiten te steunen;
i. alle andere activiteiten die voor het doel van de vereniging bevorderlijk zijn.
3. De vereniging is zonder winstoogmerk.
.
Leden en Begunstigers.
Artikel 4.
1. De vereniging kent drie soorten leden, te weten: gewone, ereleden en leden van verdienste, terwijl de vereniging daarnaast begunstigers kent.
2. Leden van de vereniging zijn natuurlijke- en rechtspersonen, die als lid van de vereniging zijn aangenomen overeenkomstig het bepaalde in art. 5:1
3. Ereleden en leden van verdienste zijn natuurlijke personen, die zich jegens de vereniging op bijzondere wijze hebben onder­scheiden en als zodanig door het bestuur zijn benoemd al of niet op voordracht van één of meer leden.
4. Begunstigers zijn zij die zich bereid ver­klaard hebben de ver­eni­ging financieel te steunen.

Toelating.
Artikel 5.
1. Het bestuur beslist omtrent de toelating van leden en be­gunsti­gers.

Register.
Artikel 6.
Het bestuur houdt een register, waarin de namen en de (email) adres­sen van de leden, erele­den, leden van verdienste en begunsti­gers zijn opge­nomen.

Einde van het lidmaatschap en schorsing.
Artikel 7.
1. Het lidmaatschap van leden als genoemd onder art. 4 eindigt:
a. door opzegging door het lid;
b. door opzegging door de vereniging. Deze kan ge­schie­den wan­neer een lid zijn verplichtingen jegens de vereni­ging niet nakomt, alsook wanneer redelijker­wijs van de vereni­ging niet gevergd kan worden het lid­maat­schap te laten voortduren;
c. door ontzetting. Deze kan alleen wor­den uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten der vereniging handelt, of de vereniging op onre­delijke wijze bena­deelt;
d. door overlijden van het lid;
2.  Opzegging door de vereniging en ontzet­ting uit het lid­maat­schap geschiedt door het bestuur.
3. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging kan slechts ge­schieden tegen het einde van een vereni­gingsjaar en met inachtneming van een opzeg­gings­termijn van vier weken.
5. Het bestuur is gerechtigd een lid gedurende een door haar te bepalen periode te schorsen. Daarvan zal op deugdelijke wijze melding worden gedaan aan het desbetreffende lid.

Einde van de rechten en verplichtingen van begunstigers.
Artikel 8.
1. De rechten en verplichtingen van een begunstiger kun­nen wederzijds door op­zegging worden beëindigd behou­dens dat de jaarlijkse bij­drage over het lopende vereni­gingsjaar voor het geheel blijft verschuldigd.
2. Opzegging door de vereniging geschiedt door het bestuur.

Geldmiddelen - Jaarlijkse bijdragen.
Artikel 9.
1. De geldmiddelen van de vereniging be­staan uit de jaarlijk­se bijdragen van de leden en de begunstigers, inleggelden, subsidies, schenkingen en uit eventuele andere baten.
2. De leden zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse minimumbij­drage, die door het bestuur jaarlijks zal worden vastgesteld.
3. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeel­telijke onthef­fing van de verplichting tot het beta­len van een bijdrage te verlenen.

Bestuur.
Artikel 10.
1. Het bestuur bestaat uit ten minste drie per­sonen, die door middel van coöptatie worden benoemd. De benoe­ming ge­schiedt uit de leden.
2. Om voor benoeming in aanmerking te komen moet een lid meerderja­rig zijn.

Bestuursfuncties - Besluitvorming van het bestuur.
Artikel 11.
1. De bestuursleden die de functie van voorzitter, , secreta­ris, penningmeester of commissaris kunnen bekle­den worden als zodanig benoemd. Een be­stuurslid kan meer dan één functie bekleden.
2. Het bestuur kan uit zijn midden voor ieder der in het eerste lid genoemde functiona­rissen een vervanger aanwijzen.
3. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris notulen opge­maakt, die door de voorzitter worden vastgesteld en onderte­kend. In overeen­stem­ming met hetgeen de wet dienaangaande bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de tot­standko­ming en de inhoud van een besluit beslis­send.

Einde bestuurslidmaatschap – periodiek aftreden - schorsing.
Artikel 12.
1. Elk bestuurslid treedt uiterlijk vijf jaar na zijn benoe­ming af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftre­ding. De aftredende is herkiesbaar. Wie in een tussen­tijdse vacature wordt be­n­oemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voor­ganger in.
2. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts door overlijden van- of bedanken door het bestuurslid of door het eindigen van zijn lidmaat­schap van de vereniging.

Bestuurstaak - Vertegenwoordiging.
Artikel 13.
1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het be­stuur belast met het besturen van de vereniging.
2. Indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald, blijft het bestuur be­voegd. Het is echter verplicht zo spoe­dig moge­lijk in de vervulling van de open plaats of de open plaat­sen te voorzien
3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verant­woordelijkheid bepaal­de onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commis­sies of door één of meer personen die door het bestuur worden benoemd.
4. Het bestuur is onder geen enkele omstandigheid bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreem­den of bezwaren van register­goe­deren, het sluiten van over­eenkomsten waarbij de ver­eniging zich als borg of hoofde­lijk medeschuldenaar ver­bindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zeker­heidsstel­ling voor een schuld van een derde verbindt.
5. De vereniging wordt in en buiten rechte vertegenwoor­digd door:
a. hetzij twee gezamenlijk handelen­de bestuursleden;
b. hetzij de voorzitter tezamen met één ander be­stuurs­lid.
6. Het bestuur ziet er nauwlettend op toe dat alle kosten veroorzakende activiteiten volledig worden gedekt door op dat moment aanwezige middelen.

Jaarverslag - Rekening en Verantwoording.
Artikel 14.
1. Het bestuur is verplicht van de vermo­genstoestand van de vereniging zodani­ge aantekeningen te houden dat daar­uit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen wor­den gekend.
Tevens stelt het bestuur jaarlijks een verslag op van de door haar ontplooide activiteiten inclusief een financieel verslag.
2. Het bestuur benoemt jaar­lijks uit de leden, erele­den en leden van verdienste een kascommissie van ten minste twee personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. De commissie onder­zoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en bre­ngt ver­slag van haar bevindingen uit aan het bestuur.
3. Het bestuur is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtingen te ver­schaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en beschei­den der vereniging te geven.
4. Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 1 en 2 vijf jaren lang te bewaren.

Algemene Vergadering.
Artikel 15.
1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdhe­den toe, die niet door de wet of de statu­ten aan het bestuur zijn opgedragen.
2. Het houden van een jaarvergadering is niet vereist, tenzij het bestuur hiertoe besluit of leden met een minimum van 10 daartoe schriftelijk een verzoek indienen bij het bestuur. In dat geval zal tijdens een dergelijke vergadering los van andere ter tafel komende onderwerpen de volgende punten worden geagendeerd:
a. het jaarverslag en de rekening en verantwoording be­doeld in artikel 14, met het verslag van de aldaar be­doel­de com­missie;
b. voorstellen van het bestuur, de leden, de ereleden of leden van verdienste, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering.
3. Andere algemene vergaderingen wor­den gehouden zo dikwijls het bestuur dit wen­selijk oordeelt.

Toegang en Stemrecht.
Artikel 16.
1. Toegang tot de algemene vergadering heb­ben de leden, ereleden en leden van ver­dienste van de vereniging.
2. Ieder lid van de vereniging dat niet ge­schorst is, heeft één stem.
De bestuursleden, ereleden en leden van verdienste zijn even­eens elk gerech­tigd tot het uitbrengen van één stem.
3. Een lid kan slechts één ander lid schrifte­lijk machtigen na­mens hem zijn stem uit te brengen in de vergaderingen. Van deze machtiging dient op een zodanige wijze te blij­ken, dat het bestuur deze vol­doende acht.

Voorzitterschap en Notulen.
Artikel 17.
1. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzit­ter van de vereni­ging of bij diens afwezigheid door een ander bestuurslid.
Wordt ook op deze wijze niet in het voor­zit­terschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelf.
2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aange­wezen persoon, notulen gemaakt, die door de voorzitter en de notulist worden vastge­steld en ondertekend.
De inhoud van de notulen of van het proces-verbaal wordt door middel van een door het bestuur te bepalen wijze ter kennis van de leden gebracht.

Besluitvorming van de algemene vergade­ring.
Artikel 18.
1. Het ter algemene vergadering uitgespro­ken oordeel van de voorzitter dat door de vergadering een besluit is geno­men is beslissend. Hetzelf­de geldt voor de in­houd van een geno­men besluit voorzover gestemd werd over een niet schrifte­lijk vast­gelegd voorstel.
2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspre­ken van een in het eerste lid bedoeld oordeel de juistheid ervan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wan­neer de meerder­heid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stem­ming niet hoof­delijk of schriftelijk geschiedde, een stemge­rechtig­de aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stem­ming vervallen de rechtsge­volgen van de oorspronke­lijke stem­ming.
3. Voorzover de statuten of de wet niets anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene vergadering geno­men met volstrekte meerderheid van de gel­dig uitge­brach­te stemmen.
4. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitge­bracht.
5. Indien de stemmen staken dan is het onderwerp van stemming verworpen.
6. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzit­ter een schriftelijke stem­ming gewenst acht of één der stemge­rechtig­den zulks voor de stemming ver­langt. Schrif­telijke stemming geschiedt bij ongetekende gesloten brief­jes. Besluitvor­ming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemge­rechtigde hoofdelijke stemming verlangt.

Bijeenroeping algemene vergadering.
Artikel 19.
1. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk en d.m.v. Email aan de adressen van de leden volgens het le­den­register be­doeld in artikel 6. De ter­mijn voor de oproeping bedraagt tenmin­ste zeven dagen.
2. Bij de oproeping worden de te behande­len onderwerpen ver­meld, onvermin­derd het bepaalde in de artikelen 20 en 21.

Statutenwijziging.
Artikel 20.
1. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter be­hande­ling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen voor de vergade­ring een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedra­gen wijzi­ging woordelijk is opgenomen, op een daartoe ge­schikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehou­den. Bo­ven­dien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld, aan alle leden toege­zonden.
2. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee­der­de van de geldig uit­ge­brachte stemmen, in een verga­de­ring waarin ten minste tweederde van de leden tegen­woor­dig of vertegen­woor­digd is. Is niet tweederde van de leden tegen­woordig of vertegenwoordigd, dan wordt na die vergade­ring een tweede vergade­ring bijeengeroepen, te houden binnen vier weken na de eerste vergade­ring, waar­in over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is ge­weest, ongeacht het aantal tegenwoor­di­ge of vertegen­woordigde leden, kan wor­den beslo­ten, mits met een meerder­heid van ten minste twee­derde van de geldig uitge­brachte stemmen.

Ontbinding.
Artikel 21.
1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algeme­ne ver­ga­dering.
Het bepaalde in de leden 1 en 2 van het voorgaande artikel is van overeen­komstige toepassing.
2. Bij ontbinding van de vereniging be­noemt de algemene vergade­ring min­stens twee vereffenaars, die gehouden zijn over hun beleid iedere drie maanden, dat de liqui­datie voortduurt, verant­woor­ding af te leggen.
3. Een eventueel batig saldo zal worden aangewend voor door de alge­mene ver­gadering te bepalen zodanige doel­ein­den als het meest met het doel van de vereni­ging over­eenstem­mend.

Zaanstad, 22 juli 2009

B. Bok voorzitter
S. Dijkman, penningmeester
W.H. Evers, secretaris