Hoort een scheepswerf op de Zaanse Schans?

Artikel geplaatst op: 06 april 2016

De Zaanse historie is nauw verbonden met Nederland als varende natie. In de 17e en 18e eeuw waren de Zaanse reders wereldwijd actief.

Historie
Een belangrijk deel van hun schepen kwam van werven aan de Zaan. In de eerste decennia van de 17e eeuw waren deze uitsluitend gevestigd aan de Achterzaan.
1630 21 werven
1731 26 werven (15 in Oostzaandam en 11 in Westzaandam.
1750 23 werven
1794   2 a 3 werven

Later, in verband met de moeizame doortocht via een overhaal of overtoom - ter hoogte van nu de Wilhelminasluis - werden de grotere scheepswerven aan de Voorzaan gevestigd. Toen in de 19e eeuw een grotere sluis werd aangelegd, konden ook weer grotere schepen vanuit de Achterzaan het IJ worden opgebracht.
Voordien was de kleine sluis al gebouwd maar deze kon niet gepasseerd worden door grotere schepen omdat de sluis was overbrugd. De verzanding van de Voorzaan in de 18e eeuw en politiek/economische omstandigheden veroorzaakten een aanzienlijke teruggang van de werfactiviteiten. Desondanks is er altijd tot in deze tijd scheepsbouw in de Achteraan aanwezig geweest. Tot in de zestiger jaren van de 20e eeuw werden er op de werf van De Zaanlandse Scheepsbouw maatschappij aan het Kalf kustvaarders gebouwd.

De scheepsbouw was dermate belangrijk voor de Zaanstreek dat in het stadswapen van Oost Zaandam een schip in aanbouw was opgenomen, hetgeen later bij de samenvoeging van Oost- en West-zaandam in 1824 in het nieuwe stadswapen werd voortgezet. Molens kwamen in deze wapens niet voor! Een reden hiervoor zou kunnen zijn dat molenactiviteiten voor een belangrijk deel een afgeleide waren van de scheepvaart Een groot gedeelte van de productie van de molenaars was bedoeld voor de scheepvaart. Hout, verf (olie en pigment), zeildoek en victualiën. Historisch gezien hoort een scheepswerf zeker bij de Zaanse Schans! Tsaar Peter de grote kwam niet voor niets daarvoor speciaal naar de Zaanstreek.

De locatie en afmeting
Op het eerste gezicht zou men voor een plaats aan de Zaan moeten kiezen, en wel ter hoogte van het Jacob Vis terrein, waar nu een geschikte open plek is. De helling zou geschikt moeten zijn voor schepen met een maximale afmeting van 130 Amsterdamse voeten (ong. 40 M). (De grootste schepen die in de Achterzaan werden
gebouwd waren ong. 140 voet. Interessant is echter ook een iets kleinere werf ter hoogte van het Zaans museum. Een schip waarvan de romp daar is gebouwd kan dan via de brede sloot die richting dijk loopt vervoerd worden om via een overhaal of overtoom via de dijk direct ten Zuiden van molen de Poelenburg in de Zaan aan te komen. Een overtoom kan in dit verband een extra cachet geven aan deze werfactiviteiten, terwijl deze conform een situatie is die meer dan honderd jaar in Zaandam heeft bestaan (vanaf 1609 tot 1726). Aan een te creëren steiger in de Zaan kan dan afbouw plaats vinden. Deze steiger kan eventueel ook gebruikt worden voor het repareren en uitrusten van z.g. bruine schepen. Als alternatief kan gedacht worden aan een nog kleinere werf waarop z.g. speelscheepjes kunnen worden gebouwd. Dit waren de allereerste plezierjachten, die ook wel aftrek vonden in het buitenland. De impact van een dergelijke werf in binnen- en buitenlands daarvan is vanzelfsprekend veel kleiner.

Waarom een scheepswerf aan de Zaanse Schans?

Historisch gezien is de afwezigheid van een scheepswerf een groot gemis. Echter, afgezien van deze historische achtergrond zou een werf met afbouw mogelijkheid aan een steiger in de Zaan een belangrijke publiekstrekker kunnen worden. Vooral indien de helling ter hoogte van het museum zou komen, vindt een betere aansluiting tussen bebouwing en het museum zelf plaats. Plaatsing van enige historische schepen ter hoogte van de molenlijn zal meer conform zijn aan de realiteit van destijds.

Nevenactiviteiten
Naast het bouwen van schepen kunnen ook zich zelf bedruipende activiteiten worden ontplooid die het aanzien van de Zaanse Schans niet benadelen. Eerder nog zal dit een meer - aan de Zaanstreek inherente – bedrijvige uitstraling geven. Gedacht kan worden aan een lijnbaan annex zeilmakerij, houtbewerking, smederij enz.

Type schepen

Om niet in concurrentie te treden met de scheepsbouw activiteiten in Lelystad zou moeten gedacht worden aan het type schip dat daadwerkelijk in de Zaanstreek werd gebouwd. Fluitschepen (zie http://www.scheepvaartmuseum.nl/collectie/artikelen/fluitschip )waren de eerste zeegaande handelsschepen die vanuit Nederland de oceanen bevoeren. (galjoten en z.g. smakken als zeegaand vissersschip werden in latere jaren gebouwd). Door de bouw hiervan was de Zaanstreek in geheel Europa bekend. Men bouwde voor veel buitenlandse afnemers, voor de Oostzeelanden maar ook tot zelfs Venetië toe. In tegenstelling tot de schepen die in Lelystad worden gebouwd, welke oorlogsschepen zijn, was de Fluit een puur handelsschip. 

Werkgelegenheid
Werfactiviteiten zullen bijdragen tot de werkgelegenheid. Afgezien van vaste werkkrachten kunnen d.m.v. leerling-projecten mensen met nuttige vaardigheden worden afgeleverd.

Wat doen we met de schepen
Omdat het hier kleinere objecten betreft zullen er voldoende gegadigden (gemeenten e.d. in binnen- en buitenland) zijn die belangstelling zullen tonen. De aanwezigheid van een klein aantal van dergelijke schepen in de Zaan ter hoogte van de Zaanse Schans zal de aanblik ervan verlevendigen.

Financiering
Het moet ongetwijfeld mogelijk zijn om de bouw van de werf en steigers te doen financieren d.m.v. subsidies. Een klein gedeelte kan wellicht worden gefinancierd door de Zaanse industrie. Het valt echter te betwijfelen of een dergelijke opzet zich ooit zelf met directe inkomsten zal kunnen bedruipen. Anderzijds zullen indirecte revenuen in de vorm van toegenomen toeristische aandacht voor de Zaanse Schans, waardevolle opleiding van vaklieden en werkgelegenheid een belangrijke bijdrage zijn.

Met vriendelijke groet,

Vereniging Hart voor Stad,